
Wat de wetenschap weet over veiligheid in het lijf
Lezen in 5 min
De verzuimcijfers zien er dit kwartaal goed uit. Geen lange ziekmeldingen. Het ziekteverzuimpercentage is binnen de norm. Alles onder controle.
Maar klopt dat beeld?
Voor veel organisaties is het antwoord: nee. Niet volledig. Want de medewerker die ziek thuiszit, staat geregistreerd. De medewerker die elke ochtend opstaat, zich naar kantoor sleept en halverwege de middag de draad kwijt is, staat als aanwezig genoteerd. Die kost niets. Op papier.

Het heeft een naam: presenteïsme. Soms ook roze verzuim genoemd. Het zijn de medewerkers die aanwezig zijn op de werkvloer of achter hun scherm, maar niet meer op hun normale niveau functioneren. Ze zijn er. Ze doen mee aan vergaderingen.
Ze sturen mails. Maar de concentratie is er niet, de betrokkenheid is vlak, de energie is op voor het middaguur.
Dit is geen zeldzaamheid. Onderzoek van TNO laat zien dat structureel 10 tot 30% van de loonkosten verdampt door verminderde inzetbaarheid en onzichtbaar functioneren. Ter vergelijking: het officiële ziekteverzuim kost gemiddeld 4 tot 5% van de loonsom per jaar.
Presenteïsme kan dat evenaart of overtreft, maar verschijnt op geen enkel dashboard.
Verzuim is zichtbaar. Iemand meldt zich ziek, er wordt een registratie aangemaakt, er zijn kosten die worden bijgehouden. Presenteïsme is onzichtbaar. Er is geen melding, geen administratie, geen alarmlicht dat gaat knipperen.
Daardoor ontbreekt het volledig in de cijfers die de meeste werkgevers gebruiken om beleid op te baseren. Een organisatie die trots is op een laag verzuimpercentage, kan tegelijkertijd een groot presenteïsmeprobleem hebben.
De schijnveiligheid van goede verzuimcijfers is een van de meest onderschatte risico’s in HR.
Een dag verzuim kost een werkgever gemiddeld 250 tot 400 euro, afhankelijk van functie en sector. Dat zijn de kosten die het meest worden aangehaald in gesprekken over preventie.
Maar wat kost een medewerker die vier maanden op 60% draait zonder dat iemand het ziet? Die vergaderingen bijwoont maar niets meer bijdraagt? Die taken afrondt, maar de fouten er later uitgehaald moeten worden door een collega die daardoor ook niet toekomt aan zijn eigen werk?
Daarboven op: presenteïsme is een voorbode. Onderzoek laat zien dat frequent presenteïsme de kans op langdurig verzuim significant vergroot. De medewerker die nu zwijgend doorploegt, is statistisch gezien de medewerker die over zes maanden uitvalt.
En een burn-outgerelateerde uitval duurt gemiddeld een half jaar, met alles wat daarbij komt aan re-integratiekosten, vervangingskosten en verlies van opgebouwde kennis.
Preventie is niet alleen moreel beter. Het is ook financieel verreweg de goedkoopste optie.
Een van de redenen waarom presenteïsme zo lang onopgemerkt blijft, is dat de medewerker zelf het ook lang niet ziet. Of niet wil zien. Functioneren op lagere capaciteit voelt niet altijd als een probleem. Het voelt als “druk”. Als “even door”. Als “dit hoort erbij.”
Maar het lichaam registreert het eerder dan het hoofd. Spanning die na het weekend niet verdwijnt. Een ademhaling die gedurende de dag steeds ondieper wordt. Schouders die al opgaan voor de eerste vergadering begint. Moeheid die ‘s morgens al aanwezig is.
Dit zijn geen bijzaken. Het zijn vroege signalen van een systeem onder druk. En voor de meeste medewerkers zijn het signalen die ze niet hebben leren lezen, of waarvan ze niet weten wat ze ermee moeten doen.
Verzuim beheersen is reactief. Je reageert op wat er al is gebeurd. Duurzame inzetbaarheid is proactief. Je bouwt aan het vermogen van medewerkers om gezond en productief te blijven, ook onder druk.
Niet alleen naar de cijfers die worden bijgehouden, maar naar wat die cijfers niet laten zien. Naar de medewerker die er altijd is, maar al weken niet meer echt aanwezig lijkt. Naar het team dat zijn targets haalt, maar waarvan iedereen zichtbaar leeg is.
En het vraagt om interventies die vroeg genoeg beginnen. Niet als iemand al uitgevallen is, maar als de signalen nog zacht zijn. Als het lichaam nog fluistert, voor het gaat schreeuwen.
Organisaties die investeren in het herstelvermogen en de stressregulatie van medewerkers, zien dat terug in de cijfers die ze wél meten: minder langdurig verzuim, meer betrokkenheid, lager verloop.
Het is een werkgericht opleidingstraject waarbinnen medewerkers leren hun eigen lichaamssignalen te herkennen en te reguleren. Dat maakt het toepasbaar op de werkvloer, vroeg in het proces, lang voor de eerste ziekmelding.
Want de meest effectieve interventie is de interventie die je niet terugziet in het verzuimregister, omdat het verzuim er nooit van is gekomen.